Niet iedereen houdt van oesters. Daarom even een woordje uitleg over de verschillende oestersoorten, die heel erg in smaak, en prijs, verschillen. Er zijn, ongeacht de plaats van afkomst, twee soorten oesters, namelijk platte en holle. Het gros van de oesters bij ons komt uit Zeeland of Frankrijk. De platte oester is veruit de lekkerste maar ook de duurste.
Platte oesters zijn bijzonder moeilijk te kweken. Ze zijn vatbaar voor ziektes en heel gevoelig aan stijgingen van de watertemperatuur. Ook groeien platte oesters trager zodat ze pas na 5 jaar geschikt zijn voor consumptie. Deze omstandigheden maken dat de platte oester peperduur is. Maar wie nog nooit een platte oester heeft gegeten en de holle maar niks vindt, zou deze platte oester toch eens moeten proberen. De platte oester is eerder romig van smaak en niet zo uitgesproken zilt. Ze zijn verkrijgbaar in zes verschillende maten; gaande van 1 tot 6 nullen.
Het seizoen van de platte oester loopt van september tot april, in de maanden met de letter ‘r’. Het Franse woord huître stamt hiervan af. Er zijn immers acht (huit) maanden waarin de letter ‘r’ voorkomt. In de paaitijd, van mei tot augustus zijn er geen platte oesters verkrijgbaar.
Holle oesters zijn goedkoper. Ze zijn beter bestand tegen ziektes en slecht weer en zijn al na drie jaar consumptiegeschikt. De schelp van holle oesters is ruwer en onregelmatiger van vorm dan de platte oester. Holle oesters smaken echter zeer zilt waardoor ze niet door iedereen geapprecieerd worden. Ze worden verkocht in drie verschillende maten, aangeduid met de Romeinse cijfers I, II en III.
Ten slotte wordt er een nog goedkopere oester ingevoerd uit Japan. De holle Zeeuwse oester is verre familie van de Japanse, die echter nog minder lekker is.
Hier vind je één van mijn favoriete oesterbereidingen.